Een voorbeeld van een klein maar bijzonder project in het onderwijs met grote gevolgen.
Sinds het prille begin van onze organisatie nu bijna tien jaar geleden analyseren wij functionarissen op alle niveau’s binnen onderwijsorganisaties (zowel vanuit selectie- als mobiliteits-vraagstukken). Begin 2006 werden wij benaderd door mevrouw Mary Post van het Lindecollege in Wolvega. Zij stelde ons de vraag of wij wilden participeren in een project dat ten doel had de stages van aankomend docenten naar een hoger plan te tillen. Uiteraard gingen wij graag op deze uitdaging in.
In de eerste fase werd vastgesteld welke gedragscompetenties voor docenten van cruciaal belang zijn. Ook hier hebben wij gemeend die vraag te moeten beantwoorden, vanuit de vraag ‘wanneer gaat het mis?’ Oftewel, wat hebben docenten die het voor de klas niet redden of die
het daar bijzonder moeilijk hebben met elkaar gemeen (Zie ‘Neem nooit competente mensen aan…..’).
We ontdekten dat drie eigenschappen ‘met stip op één’ voor de klas zeer cruciaal zijn, namelijk ‘assertiviteit’, ‘empathie’ en ‘zelfkritiek’. Vervolgens zijn er natuurlijk ook nog een aantal andere zaken van belang. Wanneer het echter schort aan één van de drie eerst genoemde competenties (en dan met name de eerste) is dat bijna een garantie voor ellende.
In de tweede fase werd een groep van elf aankomend stagiaires geanalyseerd. De schok (bij ons) was groot toen wij tot de ontdekking kwamen dat maar liefst tien van hen (dus 90%) tenminste twee van de drie absoluut noodzakelijke competenties misten of in ieder geval niet ‘van nature’ bij zich droegen. Zeven van hen beoordeelden wij sowieso als ‘volstrekt ongeschikt’ om voor de klas te staan.
Nog groter was onze schok toen bleek dat onze opdrachtgever in het geheel niet verbaasd reageerde. Zij was blij dat wij nu objectief vastgesteld hadden, wat zij in de praktijk al lang had waargenomen, namelijk dat het merendeel van de stagiaires volkomen kansloos voor de klas plaatsneemt. Latere groepen van aankomend docenten die door ons geanalyseerd werden bevestigden het hier geschetste beeld overigens.
Onze opdrachtgeefster ging vervolgens een discussie aan met de lerarenopleiding. Zou het niet beter zijn de studenten die zich daar melden te testen op deze competenties voordat zij aan de opleiding beginnen, was haar insteek. Het opleidingsinstituut reageerde ‘not amused’ (zacht uitgedrukt). Zij lieten weten geen enkele behoefte te hebben aan gesprek met ons over dit thema. Zij leiden op tot competente docenten (middels competentiegericht opleiden) en daarmee basta. Kortom, herrie in de keet.
Met alle respect voor onze opdrachtgeefster waren ook wij het met haar voorstel niet eens en hoewel wij het niet sterk vinden dat het opleidingsinstituut het debat over dit thema niet wenst
te voeren kunnen wij voor hun positie gemakkelijk begrip opbrengen. Het probleem dat we hier hebben blootgelegd overstijgt ons inziens namelijk het niveau van stagiaires, college en opleidingsinstituut.
Het probleem is namelijk dat de genoemde drie competenties dermate karakterologisch verankerd zijn, dat een opleiding daaraan niet zoveel kan veranderen. Dat is één probleem.
Het tweede probleem is, dat een eenvoudige rekensom ons leert, dat minder dan 12% van de Nederlandse beroepsbevolking deze combinatie van eigenschappen bij zich draagt. Als we die groep vervolgens nog af zouden zetten tegen andere eigenschappen (als bijvoorbeeld intelligentie op HBO niveau), dan blijft een kleine 3% over.
Het derde probleem is dat deze competenties ook de top drie van benodigde eigenschappen vormen van leiders, managers, politieagenten, jeugdhulpverleners, commerciële toppers en
ga zo nog maar even door. Consequentie: van de mensen die eigenlijk voor de klas nodig zijn, zijn er maar heel weinig en die mensen kunnen elders bovendien vaak veel meer geld verdienen. Anders gezegd, als de lerarenopleiding bij instroom op deze competenties zou gaan toetsen, draait zij zichzelf de nek om. Er zouden immers gewoonweg te weinig studenten binnenkomen.
Waarom zijn juist deze competenties zo belangrijk? Omdat het allang niet meer zo is, dat je
een goede leraar bent als je verstand van je vak hebt en gedreven word door de behoefte om je kennis over te dragen. In de eerste plaats moet je de baas zijn in je klas, je positie innemen,
die ook durven bevechten als dat nodig is, grenzen aangeven, grensoverschrijdend gedrag aanpakken. Vervolgens moet je je houding en communicatie af kunnen stemmen op je toehoorders, moet je achter het gedrag van kinderen kunnen kijken, doorzien dat niet alles is
wat het lijkt en daarop anticiperen. Tenslotte moet je kunnen zien wat je eigen aandeel is in
wat er in je klas gebeurt, om daar vervolgens van te leren en je persoonlijke effectiviteit verder
te versterken.
De consequentie van het ontberen van deze competenties manifesteert zich op twee manieren. In de eerste plaats raak je je invloed kwijt, word je niet gehoord en soms zelfs niet meer gezien en heb je dus niets meer aan al je vakkennis. Aan het overdragen daarvan kom je immers niet eens meer toe. In de tweede (en zeker niet de laatste) plaats creëert een leerkracht die deze competenties ontbeert onveiligheid. Er ontstaat ruimte die door leerlingen in eerste instantie als vrijheid en derhalve als plezierig ervaren wordt. Zij zullen hun best doen die ruimte verder op te rekken, maar die op een dieper niveau ook als onveilig wordt beleefd. Hoe gek kunnen we doen
(of liever: kan iemand anders doen) voordat de leerkracht ingrijpt. Grensoverschrijdend gedrag
is zeer dikwijls een vraag om duidelijkheid, grenzen, veiligheid. Wordt die niet geboden, dan zal het grensoverschrijdend gedrag cumuleren.
Het lijkt een tamelijk fatalistisch verhaal en zonder interventie is dat het ook. Doorgaan op dit spoor gaat onherroepelijk grote schade opleveren voor het onderwijs, daarmee voor het niveau van leerlingen en studenten en daarmee voor onze veel geprezen positie in de kenniseconomie.
Ons inziens zijn er drie oplossingsrichtingen die bij voorkeur tezamen zouden moeten worden ingezet. Het selecteren van docenten ‘voor de poort’ op de genoemde competenties hoort daar overigens niet bij.
Het project op het Lindecollege is inmiddels afgerond. Er wordt nagedacht over een (breder) vervolg. Wij zullen binnenkort over dit thema publiceren. Meer weten over dit specifieke onderwerp. Bel met Peter Vonk [038 - 422 78 88].