De krapte op de arbeidsmarkt zoals we die in de afgelopen jaren hebben meegemaakt is als gevolg van de crisis tijdelijk afgenomen. Tijdelijk, want intussen gaat de vergrijzing hard door. Veel organisaties zijn zich onvoldoende bewust van de effecten daarvan.
Op veel plaatsen en voor veel functies zal de krapte op de arbeidsmarkt zo nijpend worden, dat je als werkgever al heel blij mag zijn dat er überhaupt nog mensen solliciteren. Als gevolg daarvan zal het gemiddelde competentieniveau van medewerkers afnemen.
Er worden dan immers mensen aangenomen die weliswaar de beste zijn van de beschikbare kandidaten, maar die wellicht niet door de selectie gekomen zouden zijn als er meer kandidaten waren geweest. Niet zelden zullen zij zelfs de enige kandidaat zijn en zijn zij ‘in ieder geval beter dan niets’.
De ‘betere’ kandidaten maken een goede kans aangenomen te worden op functies waarin zij meer verdienen of betere perspectieven hebben en ook voor hen geldt dat zij vaak ‘in ieder geval beter dan niets’ zijn, zij het op een ander functieniveau. Enzovoort.
Competentiemanagement wordt daardoor belangrijker dan ooit, waarbij het accent bovendien verschuift naar ‘in-competentie management’. Aanvaarden dat er per definitie sprake is van een mate van incompetentie en daarop anticiperen.